De Stelling 1049 Lelystad

CAO bgv Artikel 12 en 13 en 14


Kies hier een van onderstaande artikelen Artikel 12, Artikel 13, Artikel 14 of terug naar index

Hoofdstuk V Lonen: Algemene bepalingen

Artikel 12

Berekening dag- en uurloon.

Het dag- en uurloon wordt berekend door het functieloon per 4 weken te delen door 20
respectievelijk 160 en het functieloon per maand te delen door 21,75 respectievelijk 173,92

naar boven

Artikel 13

Loonbetaling

  1. De in artikel 25 genoemde functielonen worden per 4 weken of per maand betaald.
  2. Het omrekeningsgetal voor de herleiding van vierweken- naar maandloon is 1,087.
  3. De uitbetaling van de overuren dient uiterlijk in de betalingsperiode volgend op de betalingsperiode waarin de overuren zijn ontstaan te geschieden.naar boven

Artikel 14

Regeling onwerkbaar weer

  1. De werkgever is vrijgesteld van de loondoorbetalingsplicht op basis van artikel 7:628
    lid 1 van het Burgerlijk Wetboek indien op de dag waarop een buitengewone
    natuurlijke omstandigheid zich voordoet voldaan wordt aan de in lid 3 genoemde
    voorwaarden.
  2. Van buitengewone natuurlijke omstandigheden is sprake in geval van:
    1. vorst, ijzel of sneeuwval, indien deze omstandigheden zich voordoen in de periode
      van 1 november tot en met 31 maart;
    2. overvloedige regenval, indien het in het postcodegebied waarin de werknemer
      werkzaam is op een werkdag tussen 07.00 uur en 19.00 uur tenminste 300 minuten
      regent;
    3. andere buitengewone natuurlijke omstandigheden. Hieronder vallen bijvoorbeeld
      omstandigheden in verband met hoog water.
  3. Om van de vrijstelling als genoemd in lid 1 gebruik te kunnen maken dient te worden
    voldaan aan de hierna genoemde voorwaarden:

    1. Het niet verrichten van de overeengekomen arbeid is het gevolg van buitengewone
      natuurlijke omstandigheden als genoemd in lid 2;
    2. Het aantal wachtdagen, genoemd in lid 5, is verstreken;
    3. De betrokken werknemer maakt over de uren waarop niet kan worden gewerkt,
      aanspraak op een uitkering op grond van artikel 18 van de Werkloosheidswet; en
    4. De werkgever heeft overeenkomstig lid 6 melding gedaan aan het UWV van iedere
      dag waarop ten gevolge van buitengewone natuurlijke omstandigheden niet kan
      worden gewerkt.
  4. De vrijstelling op grond van lid 1 geldt niet voor zover een werknemer verlof heeft of
    vakantie geniet.
  5. Het aantal te verstrijken wachtdagen bedraagt bij:
    1. vorst, ijzel of sneeuwval: 2 werkdagen gelegen in de periode van 1 november tot
      en met 31 maart, waarop als gevolg van vorst, ijzel of sneeuwval niet gewerkt kan
      worden;
    2. overvloedige regenval: 19 werkdagen per kalenderjaar, waarop als gevolg van
      overvloedige regenval niet gewerkt kan worden;
    3. andere buitengewone natuurlijke omstandigheden: 2 werkdagen per kalenderjaar,
      waarop als gevolg van buitengewone natuurlijke omstandigheden, anders dan in
      verband met vorst, ijzel, sneeuwval of overvloedige regenval, niet gewerkt kan
      worden.
    1. Op elke dag waarop de overeengekomen arbeid ten gevolge van buitengewone
      natuurlijke omstandigheden niet kan worden verricht, meldt de werkgever aan het
      UWV per werknemer voor welk aantal arbeidsuren op welke werklocatie en voor welk
      tijdvak van de dag de arbeid niet kan worden verricht, alsmede de functie van de
      werknemer en de reden voor het niet kunnen verrichten van de arbeid.
    2. De werkgever doet de melding, bedoeld onder a, op de dag waarop deze
      betrekking heeft. De melding geldt voor de hele dag. Indien de melding betrekking
      heeft op een omstandigheid als bedoeld in lid 5, onderdeel a of c, wordt de melding
      vóór 10.00 uur in de ochtend ontvangen door het UWV.
    3. Bij de melding, bedoeld onder a, maakt de werkgever gebruik van het daartoe door
      het UWV beschikbaar gestelde formulier.
  6. Indien de werknemer, na afloop van de periode waarover de werkgever ingevolge het
    voorgaande verplicht is tot doorbetaling van het loon, aanspraak heeft op een
    uitkering ingevolge de Werkloosheidswet, is de werkgever verplicht op deze uitkering
    per buitengewone natuurlijke omstandigheid ingevolge lid 5a en lid 5c gedurende
    maximaal 8 werkdagen en in totaal tot ten hoogste 19 werkdagen een aanvulling te
    verstrekken van 25% van het dagloon waarnaar die uitkering is berekend.
    Ingevolge een onderbreking vanwege een buitengewone natuurlijke omstandigheid
    ingevolge lid 5b is de werkgever, na afloop van de periode waarover de werkgever
    ingevolge dit lid 5b verplicht is tot doorbetaling van het loon, verplicht gedurende
    maximaal 2 werkdagen een aanvulling te verstrekken van 25% van het dagloon
    waarnaar die uitkering is berekend.
    Na de hiervoor genoemde termijnen is de werkgever nog verplicht om een aanvulling
    te verstrekken van 10% van het dagloon waarnaar die uitkering is berekend.

 

naar boven

Copyright: jaclang.nl 2001 -2020