De Stelling 1049 Lelystad

cao-bgv-artikel-39-en-40-en-41-en-42-en-43/


Hoofdstuk XII        Vergoedingen

Artikel 39a

Vergoeding reiskosten woon-werkverkeer

 

  1. Werknemers hebben recht op de geldende fiscale maximum netto kilometervergoeding met een maximum van 35 km (enkele reisafstand) onder vermindering van de eerste 10 km.

Dit betekent voor 2024 een reiskostenvergoeding van € 0,23 per kilometer.

De maximale vergoeding per enkele reisafstand is dan 25 x € 0,23 = € 5,75.

 

  1. De woon-werkafstand wordt bepaald aan de hand van de routeplanner van de ANWB, van huisadres naar standplaats op basis van de optie “kortste route”. De afstand enkele reis wordt afgerond op hele kilometers (0,5 en hoger naar boven, lager dan 0,5 naar beneden).

 

  1. De werknemer heeft geen recht op reiskostenvergoeding indien de werkgever vervoer ter beschikking stelt.
  2. De reiskostenvergoeding wordt alleen betaald voor de dagen dat er daadwerkelijk woon-werkverkeer heeft plaatsgevonden.
  3. Als de reisafstand voor het woon-werkverkeer door verhuizing van de werknemer groter wordt, is de werkgever niet verplicht het meerdere aan reiskosten te
  4. Van deze regeling mag in positieve zin, ten gunste van de werknemer, worden

 

Artikel 39b

Vergoeding van reiskosten anderszins

  1. Aan de werknemer die dienst heeft buiten standplaats, worden behoudens de gevallen waarin een afzonderlijke detacheringsregeling is getroffen, de werkelijk betaalde reiskosten vergoed. Dit is slechts anders, indien:
    • de reis heeft plaatsgevonden door gebruikmaking van kosteloos vervoer dan wel
    • de reis had kunnen plaatsvinden door gebruikmaking van kosteloos vervoer indien de werknemer dit tijdig zou hebben aangevraagd.
    • Bij verplaatsing van het bedrijf en bij overplaatsing van werknemers worden gedurende één jaar de extra kosten voor woon/werkverkeer vergoed volgens de, in dat jaar geldende fiscale maximum netto kilometervergoeding.
    • De uit lid 2a voortvloeiende extra reistijd wordt gedurende één jaar vergoed op basis van het voor de werknemer geldende uurloon, met dien verstande dat deze tijd niet bij de vaststelling van overuren wordt betrokken.

Artikel 40

Vergoeding van verblijfkosten

 

  1. Aan de werknemer worden volgens het in lid 3 van dit artikel opgenomen schema de onderweg gemaakte kosten vergoed bestaande uit maaltijden, overige consumpties en sanitaire voorzieningen. Hieronder vallen niet de kosten van logies, inrichting van de cabine, koersverschillen, uitbetaalde fooien, telefoonkosten en overige kosten.

 

  1. Van lid 1 kan worden afgeweken indien een afzonderlijke detacheringsregeling is getroffen of de werkgever een regeling heeft getroffen waardoor de werknemer gratis gebruik kan maken van bedrijfskantinefaciliteiten. Deze bedrijfskantinefaciliteiten dienen qua niveau in overeenstemming te zijn met de rechten die normaal gesproken ontleend kunnen worden aan onderstaand schema.
  2. De netto verblijfkostenvergoeding bedraagt per 1 januari 2024:
    • Bij ééndaagse ritten, zijnde ritten waarbij het vertrek en de aankomst binnen 24 uur plaatsvinden:
498-verblijfkostenvergoeding-januari-2025
–            korter dan 4 uur afwezig van standplaats

–            langer dan 4 uur afwezig van standplaats

geen onbelaste vergoeding

€ 0,75 per uur

per 1 juli 2024

–        tussen 18.00 en 24.00 uur:

€ 0,77 per uur
indien vertrek voor 14.00 uur € 3,44 per uur
per 1 juli 2024

–        indien vertrek na 14.00 uur en er sprake

€ 3,51 per uur
is van een afwezigheidsduur van tenminste 12 uur een extra toeslag van € 14,34
per 1 juli 2024 € 14,63
3.b. Bij meerdaagse ritten:
Eerste dag € 1,51 per uur
per 1 juli 2024

tussen 17.00 en 24.00 uur indien vertrek

€ 1,54 per uur
voor 17.00 uur € 3,44 per uur
per 1 juli 2024 € 3,51 per uur
3.c. Tussentijdse dagen (12 x 1,51 + 12 x 3,44)

per 1 juli 2024          (12 x 1,54 + 12 x 3,51)

€ 59,40 per dag

€ 60,60 per dag

Laatste dag per 1 juli 2024 € 1,51 per uur

€ 1,54 per uur

tussen 18.00 en 24.00 uur € 3,44 per uur
per 1 juli 2024 € 3,51 per uur
tussen 24.00 en 06.00 uur € 1,51 per uur
per 1 juli 2024 € 1,54 per uur
tussen 24.00 en 06.00 uur
indien aankomst na 12.00 uur per 1 juli 2024 € 3,44 per uur

€ 3,51 per uur

 

  1. Per 1 januari 2025 zullen de per 1 juli 2024 vastgestelde bedragen worden aangepast met het stijgingspercentage van de consumentenprijsindex restaurants, cafés en dergelijke over de periode tussen 1 oktober 2023 en 1 oktober 2024. Indien deze stijging hoger is dan 4% dan zal de stijging worden gemaximeerd op 4%.

 

 

  1. Vergoeding overstaan

Ten aanzien van de werknemer die in het kader van zijn dienstuitvoering gedurende een

 

weekend of een (buitenlandse) feestdag niet op zijn standplaats verblijft terwijl aan hem voor die dag geen werkzaamheden zijn of kunnen worden opgedragen, wordt aan hem terzake van de extra kosten van het niet-vrijwillig verblijf een extra vergoeding van € 14,34 netto en

€ 25,57 bruto per dag toegekend. Deze bedragen worden per 1 juli 2024 verhoogd naar

€ 14,63 netto en € 26,08 bruto per dag.

Per 1 januari 2025 wordt het netto bedrag aangepast conform de in lid 4 aangegeven

systematiek en zal het bruto bedrag worden verhoogd naar € 27,12 per dag.

Artikel 41

Stagevergoeding

 

Aan de stagiair, zoals gedefinieerd in artikel 3 lid 19, die tenminste 4 dagen per week ervaring komt opdoen op de werkvloer wordt een stagevergoeding toegekend van minimaal

€ 200,- bruto per maand. Indien er op minder dagen in de week stage wordt gelopen, dan is een evenredig minimum bedrag van toepassing. Dit artikel is niet van toepassing op de BBL- leerling zoals genoemd in artikel 11 van deze cao.

 

 

Artikel 42

Consignatievergoeding

 

De werknemer, die opdracht heeft gekregen zich beschikbaar te houden voor te verrichten werkzaamheden, heeft recht op de navolgende vergoeding voor de uren waarvoor hij zich overeenkomstig de opdracht beschikbaar heeft gehouden. Deze vergoeding bedraagt € 3,21 bruto per uur met een maximum van € 25,68 bruto per etmaal. Per 1 juli 2024 worden de bedragen verhoogd naar € 3,27 per uur met een maximum van € 26,16 bruto per etmaal.

Per 1 januari 2025 worden de bedragen verhoogd naar € 3,40 per uur met een maximum van € 27,20 bruto per etmaal.

Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

  1. aan de werknemer dient vooraf te zijn medegedeeld, dat hij zich gedurende een bepaalde vooraf vastgestelde tijdsruimte beschikbaar moet houden voor het verrich- ten van werk en verplicht is gehoor te geven aan een oproep de dienst aan te

 

  1. de werknemer komt voor de consignatievergoeding niet in aanmerking indien er sprake is van diensttijd en hij zich in de bedrijfsruimte en/of op of rondom het voertuig
  2. de werknemer komt evenmin voor de consignatievergoeding in aanmerking indien hij een eenmalige oproep per etmaal ontvangt om de dienst op een bepaald tijdstip aan te vangen.
  3. er kan geen samenloop plaatsvinden van loon en/of andere toeslagen met deze

Copyright: jaclang.nl 2001 -2025