De Stelling 1049 Lelystad

CAO bgv Artikel 26


Kies hier een van onderstaande artikelen 26a , 26b, 26c of terug naar index

Artikel 26a

Loonberekening


    1. De functielonen
      gelden voor 160 diensturen per periode van 4 weken, respectievelijk
      173,92 diensturen per maand.
    2. Het bepaalde onder a. laat onverlet dat uitbetaling aan de werknemer van minimaal
      40 uur per week gegarandeerd is.


    1. Alle diensturen worden uitbetaald onder aftrek van de pauzetijden conform de staffel
      welke is opgenomen in bijlage III en onder aftrek van de aaneengesloten rust, met als
      minimum de in de EG-Verordening 561/2006 voorgeschreven rusttijden (zie bijlage
      III).
      Bij boot- en treinuren gemaakt in een periode van 24 uur mag maximaal 11 uur aan
      aaneengesloten rust worden genoteerd met inachtneming van de staffel van de
      pauzetijden conform bijlage III.
    2. De diensturen moeten door de werknemer worden geregistreerd op een door de
      werkgever te verstrekken urenverantwoordingsstaat. Een registratieplicht geldt
      eveneens voor de uren besteed aan rust, pauzes en de correcties.
    3. De urenverantwoordingsstaat dient minimaal de navolgende gegevens te bevatten:

      • de datum
      • de diensttijd alsmede de dagtotalen daarvan
      • de rusttijd
      • de pauzes
      • correcties
      • de naam en handtekening van de chauffeur

    4. De werknemer ontvangt na controle door de werkgever een voor akkoord getekend
      exemplaar van de urenverantwoordingsstaat terug.
    5. De werknemer dient binnen drie maanden na ontvangst van de
      urenverantwoordingsstaat als bedoeld onder 2.d schriftelijk aan de werkgever
      eventuele bezwaren kenbaar te maken. Wanneer de werknemer van dat recht geen
      gebruik maakt, geldt de urenverantwoordingsstaat vanaf dat moment als bewijs.
    6. De werkgever dient de ingevulde urenverantwoordingsstaat gedurende tenminste een
      jaar na de datum waarop de invulling betrekking had, te bewaren.
    7. Voor de controle van de urenverantwoordingsstaten dienen de daarbij behorende
      tachograafschijven te worden overgelegd.
    8. Bij het gebruik van elektronische tijdregistratiesystemen zijn werkgever en werknemer
      vrijgesteld van de verplichtingen zoals vermeld onder 2b t/m 2g. Na afloop van elke rit
      dient de werknemer de beschikking te krijgen over een ongeschoonde uitdraai van de
      in 2c. genoemde gegevens. Indien werknemer daartoe een eenmalig verzoek indient,
      is de werkgever tevens verplicht de werknemer éénmaal per betalingsperiode,
      elektronisch of op andere wijze, een geschoonde uitdraai van de boordcomputer te
      verstrekken waarop de gegevens staan vermeld overeenkomstig de in lid 2c.
      genoemde gegevens.
    1. De werkgever kan de normale duur van de werkzaamheden normeren op basis van
      sociaal en economisch verantwoorde praktijkervaringen en de loonberekeningen
      daarop baseren. De werkgever dient daarvoor echter eerst de instemming van de
      werknemers- en werkgeversorganisaties na voorafgaand overleg met de
      ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging te verkrijgen.
      3.b. Het bepaalde onder 3.a. is onverkort van kracht ingeval in de onderneming de
      diensturen worden bepaald met behulp van elektronische tijdregistratiesystemen.

    2. Indien de omstandigheden die aan een normeringsregeling ten grondslag liggen zich
      wijzigen, dan dient de regeling opnieuw beoordeeld en zodanig aangepast te worden.

    3. Een normeringsregeling ontheft de werknemer niet van de invulling en indiening van
      de urenverantwoordingsstaat.

    4. In alle gevallen zal de normeringsregeling schriftelijk worden vastgelegd en binnen 2
      weken na dagtekening, ter registratie worden gemeld bij het secretariaat van CAOpartijen,
      Postbus 3008, 2700 KS Zoetermeer.
    1. Op werkzaamheden als rijden, laden, lossen en wachttijd kan, in geval van dubbele
      bemanning, normering plaatsvinden, met dien verstande dat de totale beloning van
      alle gemaakte diensturen tussen de 85% en de 100% bedraagt. Er is sprake van
      dubbele bemanning bij internationale ritten als een rit wordt verricht door tenminste 2
      chauffeurs met gelijkwaardige werkzaamheden, zowel qua functie-inhoud als qua
      tijdsbesteding.

    2. Om van bovenstaande regeling gebruik te kunnen maken, dienen de ondernemingen
      hun bestaande beloningsbeleid voor dubbelbemande ritten voor 1 mei 2006, bij CAOpartijen
      te hebben gemeld. Ondernemingen die hun bestaande beloningsbeleid voor
      de dubbelbemande ritten niet voor 1 mei 2006 hebben gemeld, worden geacht geen
      normering toe te passen.

    3. en willen invoeren, dienen dat met de vakbonden overeen te komen.
      Daarbij dient het volgende in acht te worden genomen:

      • de totale beloning van alle gemaakte diensturen zal uiterlijk na verloop van twee
        jaar 85% bedragen tenzij de onderneming een hogere beloning overeenkomt met
        vakbonden;

      • er dient met de vakbonden overleg te worden gevoerd over een afbouwregeling
        voor het verschil tussen de oude en de nieuwe regeling voor het reeds in dienst zijnde
        personeel. Deze afbouwregeling komt na 2 jaar te vervallen;

      • voor werknemers die op het moment van inwerkingtreding van de CAO 55 jaar en
        ouder zijn, blijft de oude regeling gehandhaafd en vindt er geen afbouw plaats;

      • de nieuwe regeling dient te worden gemeld bij CAO-partijen.

Artikel 26b

Zeggenschap arbeidstijden

  1. De werknemer, die daartoe de wens te kennen geeft, krijgt de gelegenheid om een
    urenmaximum op kalenderjaarbasis te kiezen. Deze wens kan eenmalig per jaar
    worden aangegeven en dient tijdig voor de start van een kalenderjaar kenbaar te
    worden gemaakt.
    De werknemer heeft de keuze uit een aantal standaardopties van 3120, 2860, 2600,
    2340 of 2080 uur op jaarbasis.
    Werkgever en werknemer bepalen in onderling overleg of er een afspraak kan worden
    gemaakt over het urenmaximum.

  2. Het aangegeven maximum op jaarbasis wordt teruggerekend naar een
    urengemiddelde per 4 weken.

  3. Indien werknemer en werkgever tot afspraken komen over een urenmaximum van
    2340 of 2080 uur, wordt de loongarantie ingevolge artikel 26a lid 1b aangepast van
    40 uur per week naar 160 uur per 4 weken. Bij de andere standaardopties van 3120,
    2860 en 2600 uur kan dit alleen op verzoek van de werknemer worden
    overeengekomen.

    Indien er geen urenmaximum wordt afgesproken, blijft artikel 26a lid 1b onverminderd
    van kracht.

  4. Indien het overeengekomen urenmaximum op jaarbasis met meer dan 5% wordt
    overschreden, dan verkrijgt werknemer een compensatie in tijd ter grootte van 15%
    van de overschrijding.

  5. Op hoeveel en op welke dagen van de week er wordt gewerkt, wordt in overleg
    tussen werknemer en werkgever overeengekomen conform het bepaalde in artikel 2
    van de wet Flexibel Werken.

  6. Dit artikel wordt ingevoerd bij wijze van experiment gedurende de looptijd van deze
    cao.

Artikel 26c

Duurzame inzetbaarheid

  1. Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet verplicht worden tot het werken in een
    ploegendienst. Werkgever en werknemer zullen in onderling overleg bepalen of
    hieraan uitvoering kan worden gegeven. De werknemer dient aan het begin van elk
    kalenderjaar aan te geven indien hij gebruik wenst te maken van deze
    uitzonderingsregeling.

  2. Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet verplicht worden tot het werken in de
    nacht (meer dan 1 uur tussen 00.00 en 06.00 uur). Werkgever en werknemer zullen in
    onderling overleg bepalen of hieraan uitvoering kan worden gegeven. De werknemer
    dient aan het begin van elk kalenderjaar aan te geven indien hij gebruik wenst te
    maken van deze uitzonderingsregeling.
    Bestaande afspraken gemaakt met werknemers die voorheen onder de CAO
    Goederenvervoer Nederland vielen, worden gerespecteerd.

  3. Teneinde bij te dragen aan de duurzame inzetbaarheid van werknemers en die
    werknemers meer inzicht te geven daarin zal het Sectorinstituut Transport en
    Logistiek het gebruik van employability- en loopbaanscans en een
    vitaliteitsprogramma nader promoten. Werknemers kunnen 1x per 3 jaar gebruik
    maken van deze instrumenten
    naar boven

Copyright: jaclang.nl 2001 -2025