CAO bgv Artikel 26
Artikel 26a
Loonberekening
-
De functielonen
gelden voor 160 diensturen per periode van 4 weken, respectievelijk
173,92 diensturen per maand.
- Het bepaalde onder a. laat onverlet dat uitbetaling aan de werknemer van minimaal
40 uur per week gegarandeerd is.
-
Alle diensturen worden uitbetaald onder aftrek van de pauzetijden conform de staffel
welke is opgenomen in bijlage III en onder aftrek van de aaneengesloten rust, met als
minimum de in de EG-Verordening 561/2006 voorgeschreven rusttijden (zie bijlage
III).
Bij boot- en treinuren gemaakt in een periode van 24 uur mag maximaal 11 uur aan
aaneengesloten rust worden genoteerd met inachtneming van de staffel van de
pauzetijden conform bijlage III.
- De diensturen moeten door de werknemer worden geregistreerd op een door de
werkgever te verstrekken urenverantwoordingsstaat. Een registratieplicht geldt
eveneens voor de uren besteed aan rust, pauzes en de correcties.
- De urenverantwoordingsstaat dient minimaal de navolgende gegevens te bevatten:
- de datum
- de diensttijd alsmede de dagtotalen daarvan
- de rusttijd
- de pauzes
- correcties
- de naam en handtekening van de chauffeur
- De werknemer ontvangt na controle door de werkgever een voor akkoord getekend
exemplaar van de urenverantwoordingsstaat terug.
- De werknemer dient binnen drie maanden na ontvangst van de
urenverantwoordingsstaat als bedoeld onder 2.d schriftelijk aan de werkgever
eventuele bezwaren kenbaar te maken. Wanneer de werknemer van dat recht geen
gebruik maakt, geldt de urenverantwoordingsstaat vanaf dat moment als bewijs.
- De werkgever dient de ingevulde urenverantwoordingsstaat gedurende tenminste een
jaar na de datum waarop de invulling betrekking had, te bewaren.
- Voor de controle van de urenverantwoordingsstaten dienen de daarbij behorende
tachograafschijven te worden overgelegd.
- Bij het gebruik van elektronische tijdregistratiesystemen zijn werkgever en werknemer
vrijgesteld van de verplichtingen zoals vermeld onder 2b t/m 2g. Na afloop van elke rit
dient de werknemer de beschikking te krijgen over een ongeschoonde uitdraai van de
in 2c. genoemde gegevens. Indien werknemer daartoe een eenmalig verzoek indient,
is de werkgever tevens verplicht de werknemer éénmaal per betalingsperiode,
elektronisch of op andere wijze, een geschoonde uitdraai van de boordcomputer te
verstrekken waarop de gegevens staan vermeld overeenkomstig de in lid 2c.
genoemde gegevens.
-
-
De werkgever kan de normale duur van de werkzaamheden normeren op basis van
sociaal en economisch verantwoorde praktijkervaringen en de loonberekeningen
daarop baseren. De werkgever dient daarvoor echter eerst de instemming van de
werknemers- en werkgeversorganisaties na voorafgaand overleg met de
ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging te verkrijgen.
3.b. Het bepaalde onder 3.a. is onverkort van kracht ingeval in de onderneming de
diensturen worden bepaald met behulp van elektronische tijdregistratiesystemen. - Indien de omstandigheden die aan een normeringsregeling ten grondslag liggen zich
wijzigen, dan dient de regeling opnieuw beoordeeld en zodanig aangepast te worden. - Een normeringsregeling ontheft de werknemer niet van de invulling en indiening van
de urenverantwoordingsstaat. - In alle gevallen zal de normeringsregeling schriftelijk worden vastgelegd en binnen 2
weken na dagtekening, ter registratie worden gemeld bij het secretariaat van CAOpartijen,
Postbus 3008, 2700 KS Zoetermeer.
-
De werkgever kan de normale duur van de werkzaamheden normeren op basis van
-
-
Op werkzaamheden als rijden, laden, lossen en wachttijd kan, in geval van dubbele
bemanning, normering plaatsvinden, met dien verstande dat de totale beloning van
alle gemaakte diensturen tussen de 85% en de 100% bedraagt. Er is sprake van
dubbele bemanning bij internationale ritten als een rit wordt verricht door tenminste 2
chauffeurs met gelijkwaardige werkzaamheden, zowel qua functie-inhoud als qua
tijdsbesteding. - Om van bovenstaande regeling gebruik te kunnen maken, dienen de ondernemingen
hun bestaande beloningsbeleid voor dubbelbemande ritten voor 1 mei 2006, bij CAOpartijen
te hebben gemeld. Ondernemingen die hun bestaande beloningsbeleid voor
de dubbelbemande ritten niet voor 1 mei 2006 hebben gemeld, worden geacht geen
normering toe te passen. - en willen invoeren, dienen dat met de vakbonden overeen te komen.
Daarbij dient het volgende in acht te worden genomen:- de totale beloning van alle gemaakte diensturen zal uiterlijk na verloop van twee
jaar 85% bedragen tenzij de onderneming een hogere beloning overeenkomt met
vakbonden; - er dient met de vakbonden overleg te worden gevoerd over een afbouwregeling
voor het verschil tussen de oude en de nieuwe regeling voor het reeds in dienst zijnde
personeel. Deze afbouwregeling komt na 2 jaar te vervallen; - voor werknemers die op het moment van inwerkingtreding van de CAO 55 jaar en
ouder zijn, blijft de oude regeling gehandhaafd en vindt er geen afbouw plaats; - de nieuwe regeling dient te worden gemeld bij CAO-partijen.
- de totale beloning van alle gemaakte diensturen zal uiterlijk na verloop van twee
-
Op werkzaamheden als rijden, laden, lossen en wachttijd kan, in geval van dubbele
Artikel 26b
Zeggenschap arbeidstijden
-
De werknemer, die daartoe de wens te kennen geeft, krijgt de gelegenheid om een
urenmaximum op kalenderjaarbasis te kiezen. Deze wens kan eenmalig per jaar
worden aangegeven en dient tijdig voor de start van een kalenderjaar kenbaar te
worden gemaakt.
De werknemer heeft de keuze uit een aantal standaardopties van 3120, 2860, 2600,
2340 of 2080 uur op jaarbasis.
Werkgever en werknemer bepalen in onderling overleg of er een afspraak kan worden
gemaakt over het urenmaximum. - Het aangegeven maximum op jaarbasis wordt teruggerekend naar een
urengemiddelde per 4 weken. - Indien werknemer en werkgever tot afspraken komen over een urenmaximum van
2340 of 2080 uur, wordt de loongarantie ingevolge artikel 26a lid 1b aangepast van
40 uur per week naar 160 uur per 4 weken. Bij de andere standaardopties van 3120,
2860 en 2600 uur kan dit alleen op verzoek van de werknemer worden
overeengekomen.Indien er geen urenmaximum wordt afgesproken, blijft artikel 26a lid 1b onverminderd
van kracht. - Indien het overeengekomen urenmaximum op jaarbasis met meer dan 5% wordt
overschreden, dan verkrijgt werknemer een compensatie in tijd ter grootte van 15%
van de overschrijding. - Op hoeveel en op welke dagen van de week er wordt gewerkt, wordt in overleg
tussen werknemer en werkgever overeengekomen conform het bepaalde in artikel 2
van de wet Flexibel Werken. - Dit artikel wordt ingevoerd bij wijze van experiment gedurende de looptijd van deze
cao.
Artikel 26c
Duurzame inzetbaarheid
- Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet verplicht worden tot het werken in een
ploegendienst. Werkgever en werknemer zullen in onderling overleg bepalen of
hieraan uitvoering kan worden gegeven. De werknemer dient aan het begin van elk
kalenderjaar aan te geven indien hij gebruik wenst te maken van deze
uitzonderingsregeling. - Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet verplicht worden tot het werken in de
nacht (meer dan 1 uur tussen 00.00 en 06.00 uur). Werkgever en werknemer zullen in
onderling overleg bepalen of hieraan uitvoering kan worden gegeven. De werknemer
dient aan het begin van elk kalenderjaar aan te geven indien hij gebruik wenst te
maken van deze uitzonderingsregeling.
Bestaande afspraken gemaakt met werknemers die voorheen onder de CAO
Goederenvervoer Nederland vielen, worden gerespecteerd. - Teneinde bij te dragen aan de duurzame inzetbaarheid van werknemers en die
werknemers meer inzicht te geven daarin zal het Sectorinstituut Transport en
Logistiek het gebruik van employability- en loopbaanscans en een
vitaliteitsprogramma nader promoten. Werknemers kunnen 1x per 3 jaar gebruik
maken van deze instrumenten
naar boven