De Stelling 1049 Lelystad

CAO bgv Artikel 50 en 51


Kies hier een van onderstaande artikelen 50 , 51 of terug naar index

Hoofdstuk XIV Vergoeding ziekte en ongeval buitenland/ongevallenverzekering

Artikel 50

Ziekte en ongeval in het buitenland

  1. Indien de werknemer wegens de hem opgedragen werkzaamheden buiten Nederland verblijft en aldaar getroffen wordt door ziekte of ongeval kan hij/ namens hem jegens werkgever aanspraak maken/worden gemaakt op vergoeding van:
    1. de kosten van noodzakelijke geneeskundige verzorging;
    2. de noodzakelijke kosten van onderdak en voeding, totdat zijn gezondheidstoestand het hem veroorlooft naar Nederland terug te keren;
    3. de noodzakelijke kosten van vervoer naar zijn woon- of verblijfplaats in Nederland.
    4. de kosten van vervoer van het stoffelijk overschot van de overledene naar zijn woonplaats.
  2. De in lid 1 bedoelde aanspraken bestaan niet, voorzover de werknemer aanspraak kan maken op overeenkomstige uitkeringen op grond van enige nationale wetgeving of internationale overeenkomst dan wel uit hoofde van een voor de werknemer geldende verzekeringsovereenkomst.
  3. De werknemer kan geen aanspraak maken op vergoeding van de in lid 1 onder a. en b. genoemde kosten indien hij door eigen schuld of toedoen geen aanspraken kan ontlenen aan de voor hem geldende verzekering.
  4. Indien de werknemer die in de omstandigheden verkeert als omschreven in de aanhef van lid 1, zich in levensgevaar bevindt kan hij ten behoeve van zijn bloedverwanten in de eerste graad alsmede zijn echtgenoot aanspraak maken op vergoeding van:
    1. de noodzakelijke kosten van vervoer van hun woonplaats naar zijn verblijfplaats en terug;
    2. de noodzakelijke kosten van onderdak en voeding, totdat het levensgevaar geweken is.

naar boven

Artikel 51

Ongevallenverzekering

  1. De werkgever is verplicht ten behoeve van iedere werknemer een ongevallenverzekering af te sluiten, hetzij collectief, hetzij individueel. De kosten van deze verzekering komen volledig voor rekening van de werkgever.
  2. De werkgever verschaft elke werknemer een afschrift van de polis of een overzicht van de polisvoorwaarden en tevens (zo mogelijk jaarlijks) een bewijs van verzekering.
  3. De onder 1 bedoelde verzekering dient tenminste aan de volgende voorwaarden te voldoen:
    1. De hieronder genoemde risico’s dienen zowel binnen als buiten diensttijd volledig gedekt te zijn. Uitgezonderd zijn de gebruikelijk voorkomende uitsluitingen voor activiteiten die buiten diensttijd plaatsvinden en in de polisvoorwaarden worden vermeld.
      1. Bij overlijden van (een van) de verzekerde(n), dient aan de nabestaanden van betrokkene een uitkering te worden verstrekt ter grootte van het jaarinkomen, zijnde het loon ingevolge de Wfsv.
      2. In afwijking van het onder 3.b.1. gestelde kan worden overeengekomen dat
        een uitkering ineens wordt verstrekt in de vorm van een vast bedrag ter
        grootte van het aantal werkdagen per jaar x het maximum premiedagloon ingevolge de Wfsv.
    2. Bij blijvende algehele invaliditeit dient een uitkering ineens te worden verstrekt ten minste ter grootte van het tweevoudige van het jaarinkomen als bedoeld onder b.
    3. Bij blijvende gedeeltelijke invaliditeit dient een uitkering ineens te worden verstrekt, die is afgeleid van het onder c. genoemde.
    4. De gerechtigde van de uitkering is de verzekerde werknemer of diens nagelaten betrekkingen. Hieronder wordt verstaan: 1e de overblijvende echtgenoot; 2e de erfgenamen.
  4. Indien door nalatigheid van de werkgever, bij een ongeval dat de dood of blijvende invaliditeit van een werknemer ten gevolge heeft, geen recht op een onder lid 3 bedoelde uitkering bestaat, is de werkgever gehouden de betrokkene(n) schadeloos te stellen.

naar boven

Copyright: jaclang.nl 2001 -2020